18 december: The Catlins & Southland
We hebben één van de drukste dagen achter de rug. Maar The Catlins en vooral Southland zijn zeker de moeite waard om helemaal naar het zuiden te rijden. ‘t Is te zeggen, we konden een blik werpen op het echte zuiden van Nieuw-Zeeland: het in de mist gehulde Stewart Island. Dit is het derde, meestal over het hoofd geziene eiland. Wil je nog verder naar het zuiden, dan kom je op Antarctica.
Bon. ‘s Morgens vroeg vertrokken en op een wakker wordend strand ons ontbijt wat laten zakken. Daar ook de eerste tekenen van zeeleeuw...
Ook subtropisch woud met watervallen en baardmossen. Dr. Henry Walton jammer genoeg niet tegen het lijf gelopen.
Ze zijn hier goed georganiseerd. Geregeld staan langs de weg openbare toiletten. Gelukkig zijn ze honderd keer properder als wat je zou verwachten.
Ze hebben hier gevoel voor humor, vind je niet? Dat bewijst ook deze vrolijke kerel...
Watervallen dus - sommige al wat groter dan andere - maar deze is enkel en alleen het vernoemen waard omwille van zijn naam (en dat heeft het naburige koffiehuisje goed begrepen). U ziet het goed, dat petieterige witte vlekje in het midden van de foto is de waterval.
Het hoogtepunt van de dag was het fossil forest, waar de toeristen meer oog hebben voor een pinguïn dan voor de eigenlijke versteende bomen (die n.b. 180 miljoen jaar oud zijn - give or take a few years). Het zeewier tiert hier welig en wordt tot 15 meter lang!
Waipapa Point Lighthouse is een foto waard. Het is de enige nog in hout opgetrokken vuurtoren van Nieuw-Zeeland. Het uitzicht was al zéker een foto waard! Daar ook echt luierende zeeleeuwen gezien.
Morgen gaan we cruisen!